Daniël Hoek is geboren in 1967 als halfbloedzoon van een Nederlandse vader en een Ethiopische moeder. Door zijn halfblanke uiterlijk krijgt hij nergens kansen en groeit op als straatjongen in Nazareth en Dire Dawa, Ethiopië. Hij eet uit vuilnisbakken en slaapt onder bruggen en op treinstations. Tijdens zijn zoektochten naar zijn Nederlandse identiteit verandert Daniël in een zware crimineel die nergens voor terugdeinst, zelfs niet voor moord. Na acht jaar voorarrest krijgt hij de doodstraf. In de gevangenis ontwikkelt hij zich tot vreedzaam christen en komt herboren vrij door toedoen van zijn Nederlandse broer.
Een autobiografie met als belangrijke thema’s ontkenning, mensenleed en liefde.