Dichten is voor Louis Spee hetzelfde als de vraag: Wie ben ik? Vanaf zijn negende dicht hij. Het eerste gedicht in deze bundel 'De Kreet' heeft hij toen geschreven. Hij dichtte vanuit een onbestemd heimweegevoel, een ballingschapgevoel dat hij al zeer jong ervoer maar niet kon begrijpen of plaatsen.
Nu, zo'n 45 jaar later, is dichten voor hem mediteren, een deemoedig openstaan voor de genade van de terugtocht naar een echt thuiskomen in de 'Andere Wereld'. Hij voelt zich vreemdeling, als in een vreemd land in deze wereld, maar hij woont, zo zegt hij, in zijn gedichten.