Nergens thuis, overal een vreemdeling. Dit is het lot van de Feili-Koerden, wier voorouders uit Iran zijn gekomen. Voor de Iraki's zijn ze Koerden of Iraniërs, voor de Iraniërs zijn ze Arabieren, voor de Koerden zijn ze Arabieren of Iraniërs. In Irak, Salah's 'vaderland', werden zijn gedichten als levensgevaarlijk beschouwd. In Nederland, waar Salah zich na vele omzwervingen en verblijven in vluchtelingenkampen thuis voelt, blijft hij een vreemde.
Vluchten en de daarbijbehorende pijn staan centraal in de verhalen van Salah, die in het Nederlands zijn geschreven, maar waarin onmiskenbaar een oriëntaalse melodie doorklinkt.