“Hoe was het toen jij zo jong was als wij nu?” Een kleinkind stelt een vraag. En opa gaat vertellen, over zijn kinderjaren in een veenkolonie. Boeiende inkijkjes in het dagelijkse leven. Maar het kinderleven is gestempeld door de oorlog. De rode draad is het verzet van opa’s vader en zijn vrienden: onzekerheid, (gods)vertrouwen, arrestatie, dood. De spanning is groot, de onderlinge verbondenheid sterk. De ik van de verhalen, opa als kind, beleeft alles heel intens. Ook als het gaat over jodenhaat, het kwaad in de wereld, (on)menselijkheid. Altijd is er de S(s)tem in de nacht.