Van den Halt tot Hansweert (jeugdherinneringen van een Zeeuwse jongen)
Deze jeugdherinneringen werden opgetekend door een Zeeuwse jongen die opgroeide in een groot gezin in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Hij werd opgevoed door zijn oma en zijn tante. Oma, die door hem Moe werd genoemd, stelde de regels en tante Kee nam de dagelijkse verzorging voor haar rekening. Zijn moeder moest de kost verdienen, omdat ze ongehuwd was. Zij heeft in dit boek daarom slechts de rol van passant. Moe, de ooms, tantes, broers en zusje, vriendjes en vriendinnetjes zijn de echte hoofdrolspelers in deze terugblik op een leven van een doodnormale jongen op het Zeeuwse platteland.