De remedie tegen verbittering is datgene aanvaarden wat je niet kunt veranderen. Ik wil niet verbitteren, dus moet ik aanvaarden wat ik niet kan veranderen.
Ik kan niet veranderen dat mijn lichaam en ziel werden onteerd en bezeerd, en dat er in dat lichaam een vreemde ziekte ging woekeren. Ik kan niet veranderen dat ik zoveel te vroeg afscheid moest nemen van wie me zo dierbaar was. Ik kan niet veranderen dat ik wankelend op één been mijn weg doorheen het leven zoek.
Ik kan mezelf niet veranderen, omdat al het voorgaande me gemaakt heeft tot wie ik ben geworden. Het is een groot aanvaardingsproces, maar steeds opnieuw zal ik ze hierin terugvinden, mijn sterke bakens.
‘Een laatste blik voordat het slechts een herinnering wordt. Ik ben er klaar voor…Nu wil ik niet meer denken, niet meer voelen. Alleen maar voor even doodgaan.'